Tijdelijk huren van huurhuis of appartement

Stoffering/meubilering

Voor verhuur aangeboden woningen zijn gestoffeerd en/of gemeubileerd.

 

Gestoffeerd houdt in dat de woning is voorzien van vloerbedekking (bijvoorbeeld parket, laminaat tegelvoer, tapijt), gordijnen of luxaflex e.d., keukenapparatuur en indien mogelijk wasmachine en droger.

 

Gemeubileerd wil zeggen dat de aangeboden woning gestoffeerd is en tevens is voorzien van volledige meubilering, tv en audio, servies, glaswerk, bestek en linnengoed.

 

Soms worden woningen gedeeltelijk gemeubileerd aangeboden of wordt de huurder de keus gelaten om de woning gestoffeerd dan wel gemeubileerd te huren. 

 
Huurbescherming

De huurder ontleent zijn rechten aan het Burgerlijk Wetboek. Gesteld kan worden dat het BW de huurder een uitgebreide bescherming biedt. Vanwege de huurbescherming kan de verhuurder in beginsel de huurovereenkomst niet altijd eenvoudig eenzijdig opzeggen. De wet biedt daartoe slechts in een beperkt aantal gevallen de mogelijkheid. Dan moet al gauw worden gedacht aan wanbetaling, overlast, e.d.

 

Een uitzondering is wanneer een huurcontract voor bepaalde tijd is aangegaan en dit tijdelijke contract een beding bevat waarin is geregeld dat de eigenaar/bewoner de verhuurde woning na afloop van de huurtermijn weer zelf wil gaan bewonen. Onder verwijzing naar deze opzeggingsgrond kan de verhuurder de huurovereenkomst te zijner tijd eenzijdig opzeggen. Altijd moet een opzegtermijn in acht worden genomen. Deze termijn beloopt minimaal drie maanden.

Sinds 1 juli 2016 is het voor verhuurders bovendien mogelijk om een huurcontract van maximaal 2 jaar af te sluiten. Deze contracten eindigen van rechtswege na de overeengekomen huurperiode. De huurder moet na de overeengekomen termijn vertrekken en geniet dus geen huurbescherming.

 

Het bovenstaande is niet van toepassing bij een in de verkoop staande woning. Wordt een in de verkoop staande woning verhuurd dan kan opzegging alleen rechtsgeldig plaatsvinden met wederzijds goedvinden, tenzij de woning wordt verhuurd op basis van de Leegstandwet.

 
Leegstandwet

Staat een woning in de verkoop? Verhuur is in dat geval mogelijk op basis van de Leegstandwet.

 

Geen huurbescherming. Bij tijdelijke verhuur op grond van de Leegstandwet zijn de huurbeschermingsbepalingen uit het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing.

Daarvoor is een vergunning nodig van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de woonruimte ligt. Met ingang van 1 juli 2013 is de wetgeving gewijzigd. De Leegstandvergunning voor woonruimte in een voor de verkoop bestemde woning wordt verleend voor de periode van 5 jaren. Deze vergunning kan niet verlengd worden.

 

Vanwege de gewijzigde wetgeving kan de verschuldigde huurprijs voor woonruimte in een voor de verkoop bestemde woning vrij worden overeengekomen tussen de verhuurder en de huurder, ongeacht het aantal punten.

 

(Voorheen gold een vergunning voor maximaal twee jaar. Op verzoek van de eigenaar van de woning kon de vergunning worden verlengd telkens met maximaal één jaar, tot maximaal 5 jaar. Voor niet geliberaliseerde woningen stelde de gemeente de maximum huurprijs vast. N.B. Een nog lopende vergunning hoeft niet meer te worden verlengd, maar geldt alsnog voor 5 jaar).

 

De huurovereenkomst moet voor ten minste zes maanden worden aangegaan en er geldt een opzegtermijn van minimaal één maand voor de huurder en minimaal drie maanden voor de verhuurder. De huurovereenkomst stopt automatisch als de vergunning is verlopen.

 
Huisvestingsvergunning

Sommige gemeenten hanteren een huisvestingsvergunning voor bepaalde categorieen goedkopere woningen (beneden de sociale huurgrens).

Of een huisvestingsvergunningen verplicht is, en voor welke woningen, bepaalt de gemeente zelf. U kunt dit navragen bij uw gemeente en veelal ook op de website van de gemeente vinden.

 

Gemeenten kunnen eisen dat u aan bepaalde voorwaarden voldoet, voordat u een huisvestingsvergunning krijgt. Bijvoorbeeld: u moet werken of studeren in de gemeente of regio (eis van economische binding); u moet al wonen in de gemeente of regio (eis van maatschappelijke binding); de woning moet passen bij uw inkomen en samenstelling van uw huishouden.